Leonie de Zwaan 23 augustus 2017

Hoe vaak denk jij na over de woorden die je gebruikt? Wist je dat de keuze van je woorden effect kan hebben op het resultaat dat je wilt behalen? Woordkeuze heeft effect. Een gesprek, een presentatie, social media content, brieven en artikelen: door de juiste woordkeuze kan de inhoud hiervan beter worden. In deze blog vertel ik je erover.

De toon van een verhaal

Woordkeuze bepaalt de toon van een verhaal. Lees deze zinnen:

1. “Hans is misschien wel 76  jaar oud, maar hij gedraagt zich nog jeugdig”
2. “Hans is dan wel 76  jaar oud, maar hij gedraagt zich kinderlijk”

De eerste zin geeft je het gevoel dat Hans een man is die zich jonger gedraagt dan zijn jaren. Het is waarschijnlijk een vrolijke energievolle man. Bij de tweede zin denk je echter dat Hans onvolwassen en irritant is. Kinderlijk en jeugdig hebben dezelfde denotatie (betekenis van een woord), maar verschillende connotaties (het gevoel dat je bij een woord krijgt).

Het is de houding van de verteller die bepaalt welke toon het verhaal moet zijn. Hierbij moet je dus goed rekening houden met de woordkeuze. Bovenstaand voorbeeld laat zien dat een ander woord een totaal ander verhaal zou kunnen vertellen. Wil je een positieve indruk maken? Gebruik dan woorden met een positieve connotatie (het gevoel dat je bij een woord krijgt).

Ruik, hoor, voel, proef & zie je tekst!

Een goed stuk creëert een levendig beeld in iemands gedachten. Gebruik woorden die de geur, uiterlijk, geluid, gevoel en of smaak van je onderwerp beschrijven. Op deze manier zet je een sfeer neer en dat maakt het aantrekkelijker voor de lezer of luisteraar. Iets wat aantrekkelijker lijkt, wordt ook beter onthouden. Schrijf of presenteer dus met je zintuigen!

Lees deze stukken:

1. Mieke wreef over haar armen. Wat is het koud op de boot! Ze was onderweg naar het vaste land, waar haar vriend op haar stond te wachten. Ze zou nog even moeten koukleumen voor ze er waren.

2. Met bibberende benen verplaatst Mieke zich voorzichtig in de boot. Terwijl de koude wind langs haar wangen schuurt, wrijft ze over haar armen. Haar vuurrode vingers willen maar niet opwarmen. Gelukkig ziet ze in de verte het vaste land, waar ze bijna gaan aanmeren. Straks wordt ze warm ontvangen in de armen van haar vriend, die al aan de overkant wacht. Ze wil vragen hoe lang het nog duurt voor ze er zijn, maar het denderende geluid van de motor maakte het onmogelijk om Erik, die de boot bestuurt, te verstaan.

Bij welk kort verhaaltje krijg je een beeld in je hoofd? Ik zie bij het tweede stuk de situatie helemaal voor me en krijg er veel meer een gevoel bij. Het tweede stuk is boeiender en levendiger. Dat komt door de beschrijvende woorden en de zintuiglijke waarnemingen.

Langer, maar interessanter

Je ziet hier dat de tweede tekst wel een stuk langer is. Dat is vaak zo als je beeldend schrijft. Maar dat is niet erg, want je verhaal wordt er waarschijnlijk sterker door. En als je een goed verhaal hebt, dan vinden lezers het niet erg meer informatie te lezen. Zo kunnen ze zich goed inleven in de persoon.

Tip: maak een tekening of situatieschets en kijk hiernaar terwijl je schrijft. Welke zintuigen kun je beschrijven? Wat ook werkt is om een mindmap te maken. Aan welke woorden denk je bij deze situatie? Gebruik die in je tekst.

Ga ook zeker niet alles nu zintuiglijk beschrijven. Wissel af en schrijf slim! Dat doe je bijvoorbeeld door vergelijkingen en verwijzingen te gebruiken.

Actieve woorden laten je tekst exploderen!

Werkwoorden impliceren actie. Door levendige werkwoorden te gebruiken, visualiseren lezers of luisteraars de informatie makkelijker en sneller. Dit vergroot je kans op een blijvende indruk. Om een boeiend artikel of blog te schrijven, moet je actieve werkwoorden gebruiken. Wees daar ook creatief in en gebruik niet de meest voor de hand liggende werkwoorden.

Lees deze zinnen:

  1. “Het aantal klanten groeit enorm snel!”
  2. “Het aantal klanten explodeert!”

Zowel zin 1 als zin 2 geven aan dat er een grote stijging is in het aantal klanten. Zin 1 is een prima zin, maar zin 2 geeft je een levendiger gevoel. Het spreekt meer aan, het valt meer op. Misschien weet jij in plaats van groeit of explodeert nog wel een ander woord wat deze zin nog levendiger maakt.

Don’t be cliché

Bijvoeglijke naamwoorden helpen om je tekst beter te maken. Ook dit geeft namelijk beeld bij woorden. Gebruik daarnaast vergelijkingen en metaforen. Dit kan zorgen voor een originelere beschrijving. Clichés moet je vermijden! Dat maakt je stuk minder origineel en aantrekkelijk.

Kies precieze zelfstandige naamwoorden. In plaats van auto kun je bijvoorbeeld zeggen pick-up. In plaats van marketing kun je concreter zijn en je specificeren. Zeg bijvoorbeeld e-mail marketing.

Gebruik synoniemen om een origineler stuk te schrijven en om daarmee meer indruk achter te laten. Een goed idee is om nadat je je stuk geschreven hebt, bewust op zoek te gaan naar synoniemen. Kijk naar de woorden die je hebt gebruikt en ga op zoek naar dynamische woorden. Je kan een synoniemenwoordenboek op internet raadplegen.

Vermijd deze woorden

– Misschien, waarschijnlijk en meestal. Deze woorden duiden onzekerheid aan. Wees zelfverzekerd!
– Niet. Dit wordt snel gezien als defensief. Zeg liever wat jij, de dienst of product wél kan.
– Verkleinwoorden. Ik schrijf stukjes voor Studentmind –> zeg liever: Ik schrijf artikelen voor Studentmind.
Ik stuur de vrijwilligers een beetje aan –> zeg liever: Ik stuur vrijwilligers aan waar nodig.

Inspelen op het gedrag door woordkeuze

Het blijkt dat het meer impact maakt op iemand om honderd euro te verliezen, dan om datzelfde bedrag te winnen. De hekel aan verlies is een sterk principe. Dit kun je gebruiken in het formuleren van een boodschap. Mensen nemen veel grotere risico’s om verlies te vermijden dan om winst te behalen. De psychologen Kahneman en Tversky leggen dit uit aan de hand van een experiment.

Stel: de VS bereidt zich voor op een zeldzaam Aziatisch virus dat naar verwachting zeshonderd mensenlevens zal eisen, tenzij er wordt ingegrepen. Er kan gekozen worden tussen twee behandelingen:

  • behandeling A redt het leven van tweehonderd mensen;
  • bij behandeling B is er een kans van één op drie dat het leven van alle zeshonderd wordt gered, en een kans van twee op drie dat het leven van niemand wordt gered.

De meeste mensen aan wie deze keuze werd voorgelegd (72%) kiest voor behandeling A. Een risicomijdende keuze, omdat de uitkomst van behandeling A zeker is.

Dezelfde vraag werd ook geformuleerd vanuit een verliesperspectief:

  • bij behandeling C zullen vierhonderd mensen overlijden;
  • bij behandeling D is er een kans van één op drie dat niemand zal sterven en een kans van twee op drie dat zeshonderd mensen overlijden.

De mogelijkheden A en C zijn inhoudelijk precies gelijk, en B en D ook, maar bij deze tweede keuze blijkt een grote meerderheid (78%) de voorkeur te geven aan behandeling D. Als er in termen van verlies wordt gesproken, kiest men voor een risicovolle strategie.

Jij en woordkeuze

Woordkeuze kan dus de toon van een verhaal bepalen en invloed hebben op het gedrag van mensen. Beeldende woorden spreken mensen meer aan. Een tekst of presentatie wordt ook aantrekkelijker door gebruik te maken van synoniemen, actieve werkwoorden en concrete zelfstandige naamwoorden. Woorden die defensief of onzeker overkomen kun je beter vermijden, wees zelfverzekerd: in je houding én woordkeuze! Ik hoop dat je door deze blog gaat nadenken over de woorden die je gebruikt en deze nieuwe kennis gaat inzetten in de toekomst.

Reacties zijn gesloten.

Abonneer!

En blijf op de hoogte van de laatste marketing en communicatie ontwikkelingen.

Meer van Leonie

Leonie

de Zwaan

Blogger worden?

 

Als Studentmindblogger maak je je eigen content. Jouw blogs brengen studenten kennis bij en zijn een bron van inspiratie. Je schrijft maandelijks een blog over marketing/communicatie of ervaringen binnen je studie. De onderwerpen waarover je schrijft mag je zelf bepalen. Je kunt immers het beste schrijven over iets waar je passie ligt!